In concreto wordt het bestaan van een kijkwoning (van een pand dat simultaan ook de hoofdverblijfplaats is van de zaakvoerder van de belastingplichtige) niet bewezen. Het voorgestane beroepsgebruik ad 75% wordt daarom niet aanvaard. Op basis van de oppervlakte wordt een beroepsgebruik van 14% aanvaard. Aangezien de helft daarvan “om niet” ter beschikking wordt gesteld van een andere vennootschap, wordt daarom slechts 7% btw-aftrek toegestaan (Gent 8 januari 2019)