In een opstalakte wordt voorzien dat bij het einde van het opstal door het verstrijken van de duur een natrekkingsvergoeding verschuldigd is, gelijk aan de fiscale residuwaarde van de opstallen. In verband met een vroegtijdige beëindiging is er niets voorzien. In casu wordt het opstalrecht vroegtijdig beëindigd en worden de nieuw gebouwde opstallen nagetrokken door de opstalgever, waarbij contractueel overeengekomen wordt dat een vergoeding wordt betaald voor de natrekking, gelijk aan de fiscale residuwaarde van de opstallen op dat moment. Vlabel en de rechtbank in eerste aanleg (Gent) oordelen dat er sprake is van een (fiscale) verkoop, met heffing van 10,00% verkooprechten. Het Hof van Beroep te Gent ziet dit anders. Zij stelt dat de aanvullende afspraak niet in tegenspraak is met de initiële akte en dat er geen zelfstandige overeenkomst was met betrekking tot de eigendomsoverdracht. Deze is gewoon een gevolg van de natrekking. Enkel het vast recht is dus verschuldigd (Gent 7 januari 2020).