Een belastingplichtige krijgt geen positieve ruling van de DVB en richt zich tot de rechter. De rechter acht zich bevoegd om over de zaak te oordelen (zonder zich in de plaats van de rulingcommissie te mogen stellen) maar wijst de vordering in concreto toch af na een overweging ten gronde (Rb. Brussel, 3 februari 2020).