Een feitenkwestie of het privaat gebruik van het onroerend goed een fiscale aftrekbare kost vormde in hoofde van de vennootschap. Het Hof van Gent oordeelde negatief. De meerwaardetheorie werd niet vervuld omdat de kans op een meerwaarde niet volstaat en dat de essentie tot het verkrijgen van de meerwaarde moet worden aangetoond, wat niet het geval was. Voorts kon de bezoldigingstheorie niet worden ingeroepen, aangezien het een loutere patrimoniumvennootschap betrof en er geen bezoldiging werd aangerekend maar enkel een vergoeding op rekening-courant werd geboekt ten belope van het voordeel van alle aard. Ook de bezoldigingstheorie werd bijgevolg niet aanvaard. Op die basis werden de kosten verworpen.

(Gent (fisc.) (5e k.) nr. 2021/AR/562, 14 juni 2022 (rolnr : 2021/AR/562))


0 reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *